Donatie doen? Klik hier!

    language

  • Nederlands
  • English
Navigation Menu

No walking today, I am sitting on my yellow couch, reading “Anam Ćara” (soul friend)  by John O’Donohue. There are a few short lines that I wish to share with you.

“For millions of years, before you arrived here, the dream of your individuality was carefully prepared. You were sent to a shape of destiny in which you would be able to express the special gift you bring to the world. Sometimes this gift may involve suffering and pain that can neither be accounted for nor explained. There is a unique destiny for each person. Each one of us has something to do here that can be done by no one else. If some one else could fulfil your destiny, then they would be in your place, and you would not be here. It is in the depths of your life that you will discover the invisible neccesity which has brought you here. When you begin to decipher this, your gift and giftedness come alive. Your heart quickens and the urgency of living rekindles your creativity”.

“Real friendship or love is not manufactured or achieved. Friendship is always an act of recognition. This metaphor of friendship can be grounded in the clay nature of the human body. When you find the person you love, an act of ancient recognition brings you together. It is as if millions of year before the silence of nature broke, his or her clay and your clay lay side by side. Then, in the turning of the seasons your one clay divided and separated. You began to rise as distinct clay forms, each holding a different individuality and destiny. Without even knowing it, your secret memory mourned your loss of each other. While your clay selves wandered for thousands of years through the universe, your longing for each other never faded. This metaphor helps to explain how in the moment of friendship two souls suddenly recognize each other. It could be a meeting on the street, or a party, a lecture or just a simple banal introdcution, then, suddenly there is the flash recognition and the embers of kinship glow. There is an awakening between you, a sense of ancient knowing. Love opens the door of ancient recognition. You enter. You come home to each other at last…”

 

 

 

 

    4 Comments

  1. Wat een aaneenschakeling van denkbeelden die ik zelf heel anders zie…. Zo begint John met de gedachte dat wij hier [door iets of ‘iemand’ anders?] naar de aarde gestuurd zijn met een specifieke gave die dan ook [door dat iets of ‘iemand’ anders?] aan ons toebedeeld is. M.a.w. het doel en de tools waarmee wij hier gekomen zijn, zouden vanuit de oorsprong dan buiten onszelf liggen (zo begrijp ik het tenminste).

    Vervolgens stelt hij dat er ooit in een ver verleden een afsplitsing van delen heeft plaatsgevonden en dat die delen het doel hebben weer samen te komen. Dit in het bijzonder tussen specifieke mensen. Als ik het goed begrijp, beschrijft hij hier behalve vriendschappen ook een tweelingzielverbinding.

    Dit is zoals ik het zelf zie: dit universum heeft een bewustzijn, dat is de kern van het hele universele bestaan. Dit bewustzijn wordt ook wel de bron genoemd: daar waar alles uit voortvloeit. Een bewust-zijn echter, is ook eigenlijk alleen dat: een zíjnstoestand. Vandaar dat dit bewustzijn ervoor gekozen heeft zichzelf te erváren door zich te manifesteren in de stof. De bron doet dit op veelzijdige wijze: door verschillende dimensies te creëren, door sterrenstelsels, nevels, planeten, diersoorten en de diverse wezens waaronder de mens te ontwikkelen. Hoewel het er dan op lijkt dat er dan afsplitsingen hebben plaatsgevonden, denk ik dat dit een verkeerde voorstelling van zaken is. Alles wat in dit universum aanwezig is, in materie en/of in energie, maakt altijd deel uit van het geheel. Als de universele bron voor deze manifestaties gekozen heeft, dan is alles wat voortvloeit uit deze keuze ook de intrinsieke keuze van elk aspect van de creaties. Het is dan gewoon niet mogelijk om een deel buiten het geheel te zijn, te denken dat wij gestuurd zijn, dat wij gaven en doelen toebedeeld hebben gekregen. Want de keuze van de bron is ook onze keuze, wij zijn immers één en dezelfde. De idee dat delen elkaar zouden missen en elkaar weer willen opzoeken is vanuit deze gedachte dan ook niet mogelijk omdat de idee van afsplitsing nooit werkelijk heeft plaatsgevonden.

    Nu bestaat er toch iets heel concreets zoals celdeling. Als je naar een plantje of mens kijkt die groeit dan gebeurt dat vanuit cellen die zichzelf splitsen. Echter: de cellen die zich splitsen, splitsen zich nooit áf van het geheel. Splitsing betekent niet hetzelfde als áfsplitsing. Zoals het leven op aarde groeit is het dezelfde beweging die het universum zelf maakt: een alsmaar uitdijende beweging die ontstaat door alsmaar meer te worden/creeën dan er daarvoor was. Vanuit dat licht bezien wordt het nooit minder, maar altijd meer! Binnen dat besef kan er dan ook geen concept bestaan van gemis.

    De illusie dat wij mensen het gevolg zijn van het afsplitsen in delen heeft ertoe geleid dat wij de verbinding met de bron verloren zijn. Ik denk dat dit het meest prangende probleem is van de mensheid. Omdat wij heilig in afsplitsing zijn gaan geloven (God staat in bijna alle religies immers los van de mens), zijn we een gemis gaan ervaren. Dit gemis zijn we gaan cultiveren. We zijn bijvoorbeeld gaan geloven dat er maar één geliefde kan zijn. Die ene, bijzondere geliefde die ons gemis gaat opvullen. En wat een pijn geeft dat als keer op keer blijkt dat dit niet is wat er vervolgens gebeurt. Boeken vol en een eindeloze stroom aan liefdesliederen schrijven we daarover.

    Als er al iets is dat we missen dan is dat denk ik onze herinnering aan waar we vandaan komen, onze verbinding met de bron. We proberen deze verbinding opnieuw tot stand te brengen door naar vervulling buiten onszelf te zoeken. We proberen omstandigheden te creeën of te vinden die ons een goed gevoel geven. We proberen in relaties met anderen die connectie met de bron te ervaren. De bronervaring is alomvattend, het is immers het bewustzijn van het hele universum die we dan kunnen beleven. Het is een geweldige ervaring om dit bewustzijn ten volste te voelen. We beseffen onvoldoende dat de fijne ervaringen die wij beleven met anderen en die ons een goed gevoel geven omdat wíj deze ervaringen toelaten. Het is niet de ander of de omstandigheid die ons goed doen voelen, wij doen dat zelf! Het je goed-voelen ís de uitlijning op de bron, dat is de herinnering aan wie in de oorsprong zijn. Daar hebben we niemand anders voor nodig, dat kunnen we doen ongeacht onze omstandigheden. Als wij ons goed-voelen gaan koppelen aan omstandigheden of andere mensen dan maken we onszelf afhankelijk. In een liefdesrelatie komt dit goed tot uitdrukking. Hoe vaak zeggen we niet: ‘Bij jou voel ik me goed, jij maakt mij gelukkig, met jou voel ik me verbonden?’ Maar wat leggen we dan eigenlijk bij de ander neer? Dan gebeurt er dit: ‘ik voel me nu zo goed bij jou en ik wil dat dit zo blijft, ik wil graag dat jij me dit bijzondere gevoel blijft geven.’ Niet alleen doen we een onmogelijk beroep op de ander, we gaan dan ook van alles op de koop toenemen. Als we dit bijzondere gevoel hebben ervaren met iemand, dan moet dit wel ware liefde zijn. Dan doen we concessies die niet overeenkomen met wat we eigenlijk willen voor onszelf, want ja, we kunnen niet alles hebben, toch? We leggen ons allerlei beperkingen op omwille van die grote liefde. Maar wat is liefde als we onder het vloerkleed moeten vegen wat voor ons belangrijk is? Wat geven we onszelf als we onze verbinding met de bron van iemand anders laten afhangen?

    Als verbinding met de bron voornamelijk via anderen of via externe omstandigheden tot stand moet komen, of zoals John schrijft door een eeuwenoude verbinding van afgesplitste delen die bij elkaar willen komen, dan is dit mijns inziens een voedingsbodem voor een enorme valkuil: het geloof in de tweelingziel of de ultieme geliefde waarbij mensen een verbinding delen op grond van een afgesplitste verbinding uit het verleden.

    Ik denk zelf dat mensen samenkomen omdat hun trilling overeenkomt, omdat gelijkgestemden elkaar aantrekken. Onze trilling wordt ingevuld door hoe wij ons emotioneel voelen, door wat we willen voor onszelf en vanuit bovenstaande woorden gezien: door wat wij willen ervaren. Het moment van herkenning wat John beschrijft zie ik als een vibrationele match en dat hoeft niet op een verbinding uit het verleden te duiden. Als je iemand ontmoet die op dezelfde golflengte zit dan voelt dat gewoon heel goed. Ik denk dat wij hier zijn omdat we wíllen ervaren, voor mij staat dit los van een ‘destiny’ hebben, ik denk dat alles altijd open ligt en niets is vastgelegd of neergelegd [door wie eigenlijk?]. Alles wat wij zijn is de optelsom van onze collectieve ervaringen. Iedere generatie die komt is de optelsom van alle voorgaande generaties, dat is wat we evolutie noemen. Ik denk dat dit ons voornaamste doel is. Ik denk dat al onze zielen blij worden van welke ervaring dan ook en dat het hier op aarde zijn ons stimuleert om te kiezen. Dat we niet hier zijn om een specifieke uitwerking te hebben op onze omgeving, maar puur om leven te ervaren in zoveel mogelijk facetten. Ik denk dat mensen samenkomen om ervaringen te delen en de beste manier om dat te doen is dit vanuit een goede verbinding met onszelf en met de bron te doen waardoor contacten met anderen tóevoegingen zijn op de reeds bestaande verbinding, in plaats van het aanvullen van een gemis. Ik denk dat potentiële partners zelfs talrijk zijn. De vraag is dan niet ‘waar vind ik die ultieme geliefde?’ als wel ‘voor wie stel ik mij open, welke ervaringen wil ik beleven en wie wil dat samen met mij doen?’. Of we liefde voelen voor iemand anders, hangt dus niet eens af van die ander of van de omstandigheden, maar van onszelf.

    Trillingen van mensen zijn voortdurend aan verandering onderhevig, vandaar dat het streven naar langdurige relaties mij ook niet erg zinnig voorkomt. Toch blijven maar al te veel mensen vasthouden aan al dan niet gedeelde ervaringen uit het verleden die een reden zouden vormen om vandaag dan ook maar de relatie voort te zetten. Ikzelf hoop mijn volgende relatie als volgt aan te kunnen vliegen: ‘Hé …, ik vind jou heel erg leuk, laten we zien hoe het gaat :)’, ook als we al langere tijd bij elkaar zijn.

    Tis een lang verhaal geworden… en voor wie het tot het einde toe heeft doorgelezen: ik heb het geprobeerd in te korten, dat lukte niet: er kwam wel telkens iets bij, net zoals de beweging die het universum maakt ;).

    • Ha Ester. Dank je wel voor je reactie. Het is inderdaad een lang verhaal geworden! Dan kom meteen bij mij de vraag op; wat maakt dat jij zo’n behoefte om daar zo uitgebreid op te reageren? Een behoefte aan je uit te drukken, jouw zienswijze te laten horen? Wanneer ik jouw reactie lees en je argumentatie hoor dan merk ik dat ik in mijn hoofd terechtkom. In veel van je uitspraken ben ik het ook gewoon met je eens. Ik kan dan ingaan op een aantal van jouw argumenten (aannames?) maar dat wil ik niet, want daar gaat het niet om. Het denken is geen slechte plek om te zijn, maar voor mij begint het ‘begrijpen’van mijn zijn in mijn gevoel. Daarin verschilt onze invalshoek. De overlap tussen ons schrijven is dat er in beide een geloof zit in een bewuste of organische oorsprong en wij de gevolgen daarvan ervaren en er in ons leven werk van maken. Bij beiden gaat het echter om één vraag: hoe geven wij zin aan ons leven? Jouw Abraham vertelt dat verhaal op een logische wijze met een beroep op jouw denken, mijn John doet dat op poetisch/mysterieuze wijze met een beroep op mijn gevoel. Jij kiest voor het eerste, ik voor het tweede. 🙂

      • Mijn motivatie om te reageren heeft wellicht met een huidige ontwikkeling in mijn leven te maken, waaronder een aansporing vanuit mijzelf om me meer uit te spreken. Hoewel ik wel enige terughoudendheid heb gevoeld om deze reactie te plaatsen, zoals ik je ook al op voorhand appte. Ik heb nogal de neiging om dingen die belangrijk zijn voor mij niet uit te spreken, dat doe ik al heel lang. Met als gevolg dat er heel veel woorden, gevoelens en gedachten zich in mij oppotten. Wat ik hierboven heb geschreven is een optelsom van een aantal inzichten die ik de afgelopen jaren heb opgedaan en die er nooit lekker uitkwamen. Nu komt er voor mijn gevoel een stuk samenhangender verhaal uit, dingen klikken voor mij steeds verder in elkaar. Ik wil mij losmaken van de terughoudendheid dingen uit te spreken die anderen wellicht niet met mij eens zijn, niet ontvankelijk voor zijn of mij negeren wanneer ik iets zeg waarmee ik me kwetsbaar opstel. Dit is een proces in ontwikkeling, ik zit in een tussenfase ook, merk ik. Nu nog druk ik me indirect uit en dat gaat over naar direct. Schrijven gaat alsnog wel makkelijker dan rechtstreeks zeggen, ik ben nog niet waar ik wezen wil. Misschien dat dit de woordenstroom in ieder geval deels verklaart :).

        Wat ik geschreven heb is niet alleen wat ik denk, het is tegelijkertijd ook wat ik voel en wat al tijden in mij aan het groeien en resoneren is. Voor mij staat het denken niet los van voelen, er kan denk ik wel een verschil in balans zijn. Wat maakt dat je die twee aspecten zo van elkaar scheidt?

        Ik kan me voorstellen dat het gebruik van woorden wellicht meer van denken vergt dan van voelen. In dat opzicht verschilt Abraham Hicks niet zoveel van John O’Donohue: allemaal gebruiken ze woorden om zich uit te drukken. Voor mij persoonlijk maakt het ook niet zoveel uit dat de een dat poëtischer doet dan de ander. Daarbij… ik ervaar dat woorden vaak niet erg geschikt zijn om gevoelens in uit te drukken, ze schieten nogal eens tekort. Beelden lijken me daar geschikter voor. Vandaar dat ik droomwerk ook zo fijn vind: een goede combinatie van zien, voelen en denken!

        • We moesten maar weer eens gaan wandelen 🙂

Post a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

Follow by Email
Facebook
Google+
https://www.beinginmotion.eu/there-is-a-reason-for-you
Twitter