Donatie doen? Klik hier!

    language

  • Nederlands
  • English
Navigation Menu

We kijken naar een vreemd gegroeide boom. Er staan er meer van, hier op het stuifzand. Hij oogt interessanter dan de mooie rechte bomen die op andere plekken in het bos staan. Het lijkt alsof een boom alléén meer ruimte heeft maar ook meer gevaar loopt om krom en scheef te groeien. De bomen die bij elkaar in het bos staan groeien veel rechter, recht omhoog lijkt daar de enige weg om licht te vangen en groter te worden. Misschien kwam het zaadje van deze boom op zand terecht waar het moeilijker groeien is, heeft hij droge jaren meegemaakt, is de bliksem ingeslagen; misschien heeft de wind een rol gespeeld of hebben er herten aan geknabbeld toen hij nog klein was. Hij vangt onze blik, deze boom. Zij zegt dat het een mooie boom is. Veel mooier dan die lange, rechte staken, zegt ze. Ik zeg dat dat een kwestie van is van hoe je het bekijkt. En van wie het bekijkt. Ik zeg dat een boom ís. Hij ís niet mooi, hij wordt mooi omdat wij dat vinden. We projecteren onze mening en ons idee er op en daarmee houdt hij op de boom te zijn die is. We steggelen er over. Een boom ís toch gewoon mooi, of lelijk, of raar, vindt ze.

We projecteren bijna onophoudelijk. Vaak vanuit onze eigen behoefte en bevestiging van onze zienswijze en oordelen. Dat kan in positieve of negatieve zin. Wat of wie ziet iemand die mij ziet? Ziet hij of zij een stevige man die tot de zin der dingen wil doordringen, die betekenis wil geven aan zijn manier van leven en die niet ophoudt vragen te stellen, vaak tot op het vermoeiende af? Ziet hij of zij een ouder wordende man met een wat ongezonde leefwijze die daadkrachtig en koppig kan zijn, die zich soms met moeite door het leven worstelt en die nooit ophoudt met wroeten en zoeken? Bij die laatste gebeurt er iets opmerkelijks met mij. Wanneer ik zo’n projectie krijg dan sluit mijn masker zich en ga ik mij gedragen zoals de projectie dat van mij vraagt. Ik wórd de projectie en ik ben er nog goed in ook. Geen wonder, ik doe dit al voor het grootste deel van mijn leven. Ik doe dit ook bij anderen, we doen het allemaal.

Wat ook gebeurt is dat ik mij niet gezien weet. Ik ga weg van mijzelf, ik word zoals je mij ziet. Je ziet niet mij, je ziet jouw projectie en mijn antwoord daarop. Het is verschrikkelijk moeilijk om daar anders op te antwoorden, mij kwetsbaar op te stellen en te zeggen dat het ook anders mag of kan, zachter. Ik voel me in het niet kunnen antwoorden onmachtig en ontoereikend en dat doet pijn. Wij hebben al vroeg geleerd onze maskers tot in perfectie over ons hele zijn te leggen.

Geen knap mens en geen lelijk mens. Gewoon een mens. Gezien te worden voor wie je van binnen bent, zonder oordeel, zonder voorbehoud, is als thuiskomen. Dan word je mooi omdat je gezien bent en aangemoedigd om méér mens te worden.

Wanneer ben jij gezien, voor het eerst, voor het laatst?

 

    4 Comments

  1. hmm, waarom zou een boom ophouden te zijn wie hij is op het moment dat iemand daar een mening over heeft? Wat iemand van iets vindt, doet toch niets af aan het wezen van dat iets? Die boom in het bos is nog steeds die boom…en die heeft zicht waarschijnlijk helemaal niets aangetrokken van die mening 😉

    En in antwoord op je vraag: ik ben voor het laatst gezien, toen ik een glimp van mijzelf zag

    • Hmmm….bij nader inzien loopt de metafoor met de boom wat mank, maar niet op de manier zoals jij het benoemt. Op het gevaar van muggenziften…Ik schrijf dat een boom IS, daar zit een veronderstelling achter dat een boom altijd een boom zal zijn. Overigens, als die boom zich niets aantrekt van mijn mening, betekent het dat hij een mate van bewustzijn nodig heeft. Kennen we planten bewustzijn toe? In de wetenschappelijke wereld (bij mijn weten) niet, terwijl een religieus filosoof als John O’Donohue bij alles op aarde wel een bezieling ervaart. Als die boom een bewustzijn zou hebben, wat maakt dan dat je denkt dat hij zich niets aantrekt van mijn mening? Is hij onverschillig, is hij onthecht? Of snapt hij niets van mensen misschien….Jij schrijft daarbij dat wat iemand vindt niets afdoet aan het wezen van dat iets. Van het wezen niet wellicht, maar wie van ons is dat in het dagelijks leven? We worden allemaal beinvloed door en beinvloeden zelf alleen al door er te zijn, de dingen om ons heen. Als je niks meer aantrekt van wat iemand vindt ben je misschien volstrekt onverschillig daarvoor of een flink eind in de richting van onthechting. Beiden heb ik nog niet mogen ervaren, reden waarom ik de blog iets heb aangepast met de woorden onmacht en ontoereikend.

      Wat zag en voelde je toen je die glimp van jezelf opving?

  2. Je vergelijking lijkt niet op te houden bij de boom wanneer je aangeeft dat je bij een bepaalde projectie ervaart dat je masker zich sluit en dat je je gaat gedragen naar die projectie.

    Door een mening van een ander niet aan te nemen betekent het nog niet dat je daarmee onthecht of onverschillig bent, het betekent wel dat je ervoor kiest die mening van de ander geen deel van jou uit te laten maken. Daar zit mijns inziens aardig wat ruimte tussen.

    Bovendien, hoe zeker ben je er eigenlijk van dat die ander die specifieke mening daadwerkelijk over jou heeft? De mening over de boom is weliswaar letterlijk uitgesproken, maar hoe zit het over die vermeende mening over jou? Kans lijkt mij groot dat dit een aanname kan zijn, eentje die helemaal niet hoeft te kloppen met hoe de ander naar jou kijkt.

    Dat mensen reageren en zich gaan gedragen naar hoe anderen over hen denken is inderdaad een bekend verschijnsel, maar dit kan volgens mij alleen maar zo gaan wanneer er een gebrek aan ik-bewustzijn is. Als ik namelijk wéét wie ik ben, kan een mening van een ander daar vrij weinig aan veranderen. Als ik daaraan twijfel ben ik gevoeliger omdat het ‘makkelijker’ is om de mening van een ander te geloven.

    Als ik een glimp van mijzelf opvang, dan realiseer ik mij dat alles in mij en in mijn leven aan mijzelf ontspringt en dat alles wat er in mijn leven gebeurt eigenlijk alleen aan mijzelf gerelateerd is, niet aan anderen. Alles wat ik van anderen wil ontvangen, zijn aspecten die ik mijzelf kennelijk (nog) niet kan geven. Als ik mijzelf zie, heb ik het niet nodig door anderen gezien te worden. Als ik zelf mijn plek kies, hoeft mijn plek mij door niemand anders toebedeeld te worden. Dit zijn van die heldere momenten die ik koester en waarvan er steeds meer komen.

    Tegelijkertijd bevind ik me regelmatig gevoelsmatig in een soort niemandsland: ik voel mij bewust onbewust… ik weet wat ik niet (meer) wil aannemen, maar voel vaak gebrek aan eigen bewustzijn om die plek die dan vrij komt in te vullen. Tis voortschrijdend inzicht, denk ik

    • Tja en ik twijfel nogal eens. Minder dan ooit en meer dan ik zou willen. Tis voortschrijdend inzicht, zoals je zegt.

Post a Reply

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Follow by Email
Facebook
Google+
https://www.beinginmotion.eu/een-verwrongen-boom
Twitter