Donatie doen? Klik hier!

    language

  • Nederlands
  • English
Navigation Menu

In de middag verdwijnt de zon langzaam in de wolken. Het wordt een beetje kouder en donkerder. De paden waarover ik loop zijn bezaaid met bladeren, dezelfde kleur als de bomen om mij heen. Soms voelt het alsof er geen boven en beneden meer is, alleen mijn voeten die telkens opnieuw de de grond raken vertellen dat er een pad is. Nu ik de zon niet meer kan zien verdwaal ik ook gemakkelijk in het dichte bos; opeens merk ik dat ik terug ben op de plek waar ik een uur geleden ook al was. Ik heb in een cirkel gelopen, notabene met een goede markering. In de namiddag verandert het herfstlicht in een melkachtig grijs over de velden en in de bossen. Alles wordt ééndimensionaal.  Het brengt me terug naar mijn wandeling door het immense Duitsland, drie jaar geleden. Het was een diep ongelukkige tijd na onze scheiding. Op regenachtige en zelfs op bewolkte dagen voelde ik de eenzaamheid en het verdriet bijna onweerstaanbaar aan mij trekken, naar een zwarte en wanhopige diepte. Ik had elk straaltje zonneschijn nodig om mijn pad te kunnen onderscheiden, mijn weg te vinden. Veel,  heel veel zon en een behoorlijke dosis wilskracht hebben mij geholpen om dat jaar tot in Passau te komen. Het was nodig, toen, en ook weer niet.

De ochtend begint met een omfloerste zon over de Hoorneboegse Heide. Ik loop van Hilversum in de richting van Amersfoort. Kleuren vervagen in dit licht, worden zacht en diffuus. Zo anders dan een felle zon die alles op doet lichten, die kleuren helder en onderscheidend maakt. Vandaag lopen ze door elkaar, ze vermengen zich. Vandaag voel ik de kleuren meer dan ik ze zie. Het doet me denken aan hoe wij de logica van woorden vaak gebruiken om dingen te onderscheiden. De vervloeiïng van kleuren laat mij zien en voelen hoe we woorden kunnen gebruiken om te verbinden, om op een plek te komen waar alles samenkomt in zachtheid en eenheid. Niet meer in “jij of ik” of in “dit of dat” maar op een plek waar dat onderscheid er niet meer is, niet meer nodig is. Het is ‘trage’ taal, merk ik wanneer ik het gebruik. We zijn zó gewend woorden te gebruiken voor bescherming, voor aanval, voor onderscheid. Woorden die verbinden, dat is voor mij vaak zoeken, uitleggen, aarzelen. Steeds weer de kwetsbaarheid opzoeken omdat verbinding zo naakt kan zijn en ik zo makkelijk in het onderscheid terecht komen, zó bang om mezelf kwijt te raken. Langzaamaan leer ik het, die zachte taal, de naaktheid en kwetsbaarheid. Oók in mijn masters studie, waar ik zacht mag reflecteren en ik op dit moment veel mag lezen over inclusieve taal en dienend leiderschap. Ik krijg er vaak toch ook het gevoel bij dat het gebruikt wordt als methodes en instrumenten. Er worden woorden in gebruikt als ‘excellent’ en ‘uitmuntend’, en dat klinkt dan toch weer onderscheidend. (Het zal misschien ook mijn lichte allergie tegen autoriteit en trots zijn die opspeelt ;). Een wet in het opstellingswerk zegt dat iedereen een plek heeft die niemand anders in kan nemen, dat iedereen uniek is en niemand bijzonder. Wanneer er een plek is voor iedereen, voor jou en voor mij; dan is onderscheid niet meer zo nodig. Dan is iedereen uitmuntend. Dienend leiderschap vindt voor mij plaats daar waar de verbinding is, waar de zachtheid en de eenheid mogen zijn.

Het grijze en het diffuse, de eenzaamheid en de verbinding liggen vandaag dicht naast elkaar.

 

    2 Comments

  1. Lichte allergie?

    • wordt steeds lichter…. 🙂

Post a Reply

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Follow by Email
Facebook
Google+
https://www.beinginmotion.eu/diffuus-en-grijs
Twitter